Evolutie, waarom bestaat de zeepiemel?

Dat evolutie geen schaamte kent, was al duidelijk na kevers die explosieven uit hun achterste knallen en vlindervagina’s die sperma kunnen omzetten in een voedzaam eiwithapje. Op een schunnig moment in de evolutionaire geschiedenis ontstonden bovendien mosselen en oesters die niet alleen veel weghebben van een bepaald lichaamsdeel, maar ook nog eens blijken te werken als afrodisiacum. Als kers op de darwinistische taart, ergens laat op de avond waarschijnlijk, ontstond de zwanenhalsmossel.

Iedereen die denkt dat ‘zwanenhalsmossel’ klinkt als een charmant en sierlijk dier, komt bedrogen uit. Het beest staat dan ook wel bekend als de zeepiemel. In Amerika zeggen ze geoduck, wat in de taal van de Nisqually (de originele bevolking van Washington) betekent “hij die diep graaft”. Dit maakt het echt niet beter.

De gemiddelde dag van de geoduck is gevuld met water opzuigen via zijn slurf, daar het smakelijke plankton uit filteren en de rest weer terug de zee in pompen.

Hoe dan ook, het beest leeft dus ingegraven in de blubber. De gemiddelde dag van de geoduck is gevuld met water opzuigen via zijn slurf, daar het smakelijke plankton uit filteren en de rest weer terug de zee in pompen. De sifon, zoals het ding eigenlijk heet, is multifunctioneel en dient ook voor de afvoer van poep, en het verspreiden van sperma en eicellen. Een volgroeide zeepiemel kan ruim een meter lang worden.

Seks met die lange slurf zit er helaas niet echt in voor de mossel, aangezien ze hun hele leven op één plek onder het zand doorbrengen. Zowel mannetjes en vrouwtjes, die er overigens hetzelfde uitzien, spuiten dus gewoon op goed geluk hun geslachtscellen het water in. Als die bij elkaar komen en de bevruchte eicel op een goede plek landt, worden er zo nu en dan babyzeepiemeltjes geboren. Het succespercentage daarvan is begrijpelijkerwijs klein en zo kan het maar liefst veertig jaar duren voor een populatie zich weer herstelt nadat vissers een deel hebben geoogst.

De voornaamste reden dat de zeepiemel zo oud wordt, is dat vrijwel niemand het aandurft hem op te eten.

 

Afbeelding via Flickr

Veertig jaar is alsnog niet echt bizar lang voor de zwanenhalsmossel, aangezien het beest een van de langstlevende dieren is en gemiddeld zo’n honderdvijftig jaar oud wordt. Al die tijd blijft zijn schelp groeien, wat ook nog eens een bron van informatie is voor klimaatwetenschappers. Zij gebruiken de groeiringen van de schelp om te bepalen wat de gemiddelde watertemperatuur is geweest gedurende zijn leven.

De voornaamste reden dat de zeepiemel zo oud wordt, is dat vrijwel niemand het aandurft hem op te eten. Naast mensen zijn het vooral zeeotters en zeesterren die hem op het menu hebben staan. De eerste mens die de moeite heeft genomen de zee in te lopen bij laag water, de mossel uit het koude zand te graven en daarna de beslissing heeft genomen dat hetgeen wat hij vasthield eetbaar was, moet sowieso uitgehongerd zijn geweest.

Het oogsten van wilde zeepiemels is dus niet makkelijk en daarom worden ze veel gekweekt. Na een jaar of vijf is hij lekker op smaak en wordt hij losgeweekt met een soort hogedrukreinigerVolgens kenners heeft de zeepiemel stevig vlees, een wat zoete smaak en een lekkere crunchy bite. Koken hoeft niet, na kort blancheren kan de huid er makkelijk afgetrokken worden en het vlees in stukjes gesneden. En in China menen ze ook dat dit rare schelpdier een afrodisiacum is. Eet smakelijk!

Afbeelding via Flickr

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s