Waarom klinken sommige homo’s gay en hoe zit het bij lesbiennes?

Vraag een willekeurig persoon om een homo na te doen, en de kans is groot dat diegene direct op een overdreven manier begint te praten en met zijn handje begint te wapperen. We hebben een duidelijk beeld van hoe het stereotype homo praat en doet. Hoewel lang niet elke homo voldoet aan dit beeld, is het ‘homo-accent’ wel een internationaal fenomeen. De vraag is: hoe komt het dat sommige homo’s anders praten dan hetero’s? En hoe zit dat bij lesbiennes?

Er is verrassend veel onderzoek gedaan naar de verschillen in spraak tussen hetero’s en homo’s. Veel van dit onderzoek wordt heftig bekritiseerd, omdat het niet relevant zou zijn, of homofoob. In een onderzoek waarin proefpersonen de geaardheid van 25 mannen moesten raden na het beluisteren van een opname, werd in 68% van de gevallen goed geraden dat de spreker homo was. Maar liefst 94% van de luisteraars gokten correct dat mannen hetero waren. Een groot deel van de homo’s klinkt dus niet gay, maar ook behoorlijk wat hetero’s wél. Is het dan wel zinvol om hier onderzoek naar te doen?

Hoewel het dus niet voor iedereen geldt, zijn er wel duidelijk aanwijsbare verschillen in spraak tussen homo’s en hetero’s. Homo’s spreken klinkers vaak duidelijker en langgerekter uit, spreken de ‘l’ anders uit en hebben een scherpere ‘s’. Die ‘s’ heeft ervoor gezorgd dat het homo-accent in het Engels bekend staat als de ‘gay-lisp’, ook al slissen homo’s dus niet maar spreken ze de ‘s’ juist nauwkeurig uit.

Bizar genoeg worden veel homojongeren naar de logopedist gestuurd voor hun ‘spraakgebrek’, zo blijkt uit de docu Do I sound gay? van David Thorpe. Hij beschrijft hierin dat de meerderheid van de jongens die met hem op spraakles zaten, homo was. Het homo-accent wordt dus al vroeg in de opvoeding als iets slechts gezien dat afgeleerd moet worden. Daarnaast worden veel jongeren gepest met hun manier van praten, waardoor ze proberen zo normaal mogelijk te klinken.

Veruit het meeste onderzoek op dit gebied gaat over mannen.

In Thorpe’s documentaire wordt duidelijk dat de media ook een rol spelen in de beeldvorming rondom homo’s. Vooral Disney komt er niet goed vanaf, in bijna elke tekenfilm heeft de slechterik een enorm homo-accent. Neem bijvoorbeeld Shere Khan in The Junglebook, Scar uit de The Lion King en Jaffar uit Aladdin . Uit onderzoek blijkt ook dat homo’s veel minder gay praten in het openbaar dan tussen andere homo’s, ook al is het niet duidelijk of dat bewust gebeurt.

Alle slechteriken zijn homo volgens Disney. Fragment uit Do I sound gay?

In een recent interview vertelt Richard Cokart, die doof is, dat er zelfs in gebarentaal een homo-accent is. Volgens hem gebaren homo’s dramatischer en meer overdreven. “Het gaat vooral om de manier waarop je gebaart. De sierlijkheid in het gebaar, de manier waarop je je pink omhoog houdt.”

Veruit het meeste onderzoek op dit gebied gaat over mannen. Het weinige onderzoek naar lesbiennes (of homa’s, zoals pas werd voorgesteld), laat wel een paar verschillen zien. Zo bleken lesbiennes de ‘aa’ en ‘oe’ verder achterin de mond uit te spreken dan hetero’s. Ook werd de spraak mannelijker beoordeelddan die van heterovrouwen. Een Belgisch onderzoek laat zien dat lesbiennes gemiddeld een lagere stem hebben en met minder variatie in toonhoogte spreken, hoewel deze onderzoekers zich haasten om erbij te vermelden dat dit níét betekent dat ze mannelijker klinken.

Dat is erg politiek correct van de Belgen, maar het lijkt er toch op dat de spraak van homo’s bepaalde aspecten van vrouwelijke spraak heeft, en die van lesbiennes mannelijke. De vraag is hoe dat komt. In veel gevallen is het niet handig om je geaardheid te verraden, door een hoger risico op pesten, geweld en in sommige landen zelfs vervolging. Toch worden kinderen niet geboren met het accent, dus mensen leren het zichzelf (onbewust) aan.

Eén van de verklaringen is dat homo’s over het algemeen meer met vrouwen omgaan dan hetero’s en lesbiennes meer met mannen. Zo zouden ze automatisch bepaalde aspecten uit de spraak overnemen. Het zou hierbij gaan om kenmerken die als positief ervaren worden, zoals ‘netjes’ praten of juist ‘stoer’. Dit gebeurt onbewust tijdens het opgroeien, en sluipt er als het ware in.

Daarnaast is er een meer bewuste aanpassing van het accent. Een korte, absoluut onwetenschappelijke rondvraag bij de homa’s in mijn buurt levert de conclusie op dat butcherige types vaak mannelijker praten dan de vrouwelijkere lesbiennes, wat de hypothese bevestigt dat spraak wordt gebruikt om een bepaald imago te creëren. Dit klopt ook met het idee dat homo’s en lesbiennes vaak opeens een sterker accent ontwikkelen na het uit de kast komen, als een bevestiging van hun nieuwe identiteit.

Er bestaat dus een enigszins paradoxale situatie waar sommige mensen hard hun best doen om zo ‘normaal’ mogelijk te praten, en er zelfs voor naar een logopedist gaan, terwijl anderen juist dat accent cultiveren als onderdeel van hun identiteit. Zoals ook David Thorpe concludeert in zijn documentaire: aan de ene kant wil je graag normaal zijn, net zo behandeld worden als ieder ander, maar aan de andere kant ben je bezig met het gevecht om totaal jezelf te zijn.

 

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op Motherboard.